Rotterdam danst... sinds 1922!
20 september 2019

Rotterdam danst... sinds 1922!

Uitgaan in Rotterdam? Nee, dat deed je niet. Tot Pschorr. Pschorr maakte een einde aan de weinig fraaie bijnaam van de stad: modderstad. Op veel plekken in Rotterdam lagen geen klinkers in de straten, waardoor die regelmatig in modderige paden veranderden. Bovendien deed men er niets anders dan werken, werken en nog eens werken. Nee, uitgaan, daarvoor ging je naar Den Haag of Scheveningen. Daar werden je mooie schoenen niet vies.


“Zet twee oudere Rotterdammers bij elkaar en na vijf minuten valt het woord Pschorr”, schreef Alex de Haas, entertainmentkenner van het vooroorlogse Nederland. Of, zoals de Rotterdammers het vroeger zeiden: Piet Schor. In 1883 begon het verhaal van Pschorr met een Duits bierhuis op de Korte Hoogstraat. Vleugels kreeg het pas nadat horecaondernemer Dirk Reese in 1916 het café overnam. Hij had grootse plannen. Een stuk groter dan binnen de muren van het pand op de Korte Hoogstraat pasten. Reese koos de Coolsingel aan de kant van het Hofplein voor zijn nieuw te bouwen café-restaurant. Niemand minder dan architect Willem Kromhout, een tijdgenoot van stedenvernieuwers Berlage en Bazel en bekend geworden door zijn “American” op het Amsterdamse Leidseplein, tekende het nieuwe gebouw.


“Zet twee oudere Rotterdammers bij elkaar en na vijf minuten valt het woord Pschorr”, schreef Alex de Haas, entertainmentkenner van het vooroorlogse Nederland.”


VORM aan de Coolsingel

De gebroeders Van der Vorm zijn begin jaren 20 betrokken bij de bouw van het nieuwe Pschorr. En wat een eer, zo kort na de bouw van de bescheiden politiepost in Heijplaat! Voor welk deel precies is niet helemaal duidelijk, maar zeker is dat ze in ieder geval de grote danszaal direct achter het restaurant hebben gebouwd. Die dansvloer was er nog niet bij de oplevering van het gebouw in 1922, maar werd 1,5 jaar later opgeleverd onder aanvoering van architect P.J. Vermaas. De danszaal was spectaculair. VORM had een brede zaal van 500 m2 gerealiseerd met een brede overkapping zonder ondersteunende pilaren. De letterlijke bekroning van de zaal vormde het plafond met glas-in-lood, waarachter zich lampen bevonden waarmee ’s avonds een lichtshow kon worden gehouden. Twee jaar later kwam er een van onderaf verlichte dansvloer, geïnspireerd op een vloer die Reese in Parijs had gezien. Die van Rotterdam was natuurlijk beter.


Pschorr straalde tot ver buiten de stad. Rotterdam schudde het imago van modderstad in hoog tempo van zich af. Sterker: het verwende uitgaanspubliek uit Den Haag en Amsterdam flaneerde nu juist graag over de Coolsingel naar de verlichte gevel met de fraaie letters van Pschorr. Daarachter had VORM een podium en dansvloer gebouwd waar de grootste artiesten uit die tijd optraden zoals Elmer Spygrass, Louis Armstrong, Vera Lynn, Louis Davids of Josephine Baker – inderdaad, in haar bananenrokje en met ontblote borsten. Voor de “Jazz Age” moest je naar Rotterdam. Amper tien jaar later viel Pschorr ten prooi aan het bombardement van de Rotterdamse binnenstad, om nooit weer te worden herbouwd. Rotterdam danst, maar nooit meer in Pschorr.